Toen de dieren nog spraken

De geschiedenis van Proven- in tegenstelling tot zijn –prehistorisch verleden- vangt pas vrij laat aan, namelijk met een eerste vermelding als “Provenda” in 1151.

booginweiVan een vroegere permanente bewoning zijn er echter tot nu toe geen materiële bewijzen. Het vinden in 1986 van aardewerkscherven van o.m. Romeinse dakpannen in de omgeving van de Montefoulstraat is het enige dat kan vermeld worden.

In het cartelarium van de abdij van Eeckhoute te  Brugge wordt het altaar van Proven vermeld. Dit werd korte tijd nadien bevestigd door de Graaf van Vlaanderen in de opsomming van de bezittingen van de abdij. Er wordt vanuit gegaan dat de bisschop van Terwaan Milo(1131-1158) het recht voor de bediening van het altaar van Proven aan de abdij schonk.

In de eerste decennia is er een langdurige ruzie geweest over de tienden van Proven.

De heer van Roesbrugge die het recht van tienden te heffen in Proven langs erfverdeling had verkregen verkocht het terug aan de abdij St. Augustinus van Terwaan. Nadien waren er nog diverse discussies tot zelfs bij de Heilige Stoel in Rome.

Door de abdij St. Augustinus werd hier een proostdij ingericht Beauregard genaamd.  Er wordt beweerd dat er vanaf 1220 een kloosterling verbleef als proost in Proven.  De ligging van de proostdijhoeve ten noorden van dorpskern was centraal t.o.z. van  de parochies Stavele, Haringe en Roesbrugge die onder de St. Augustinusabdij stonden. De eerste beschrijving van het domein Beauregard dateert pas uit het begin van de 15de eeuw.

Enkele keren is de proostdij in Proven gebruikt als toevluchtsoord voor de abdij van Terenburg o.a. in 1486 en 1559.

Heren in Proven?

Proven is nooit een belangrijk feodaal leen of heerlijkheid geweest zoals Roesbrugge dat wel was en er hebben wel ‘heren’ van Proven bestaan maar het was geen prestigieuze titel. Er heeft nooit een kasteel in de nabijheid van de kerk gestaan. Proven is kerkelijk een afscheiding van de kapel van Haringe. Proven-da is latijn voor inkomen, een opbrengst, dus voor een tiende. Het grondgebied dat deze tiende opleverde heeft gewoon de naam gekregen van ‘tiende’ of provenda.

binnenvanuitpoperingeHoe hier een dorpsnederzetting is ontstaan kan misschien verklaard worden door het feit dat door  ligging halverwege Roesbrugge en Poperinge er een kleine leefgemeenschap is ontstaan die naast zijn activiteit in de landbouw ook reizigers kon opvangen.

De afstand in beide richtingen stemt overeen met de werkelijk af te leggen dagafstand voor handelaars in de 12de tot 15de eeuw.

Een bijkomend argument om het ontstaan van Proven toe te schrijven als rustplaats voor handelaars is het opduiken vanaf 1299 van meldingen van een heerlijkheid genaamd Hof van Proven later benoemd als Tol van Proven.

Er is echter buiten de verklaring van de naam geen enkele bron die ons uitleg geeft over de betekenis van de tol. Het lijkt alsof de eigenlijke tolheffing reeds in de 12de eeuw verdwenen was.

Nominatieve bronnen zijn voor de middeleeuwen uiterst zeldzaam voor dorpen en landelijke gemeenschappen. We  kregen echter wel een zicht op de bewoners van de parochie in de lijst van de gesneuvelden bij de slag van Kassel in 1328 waar het Vlaamse boerenleger o.l.v.  Nicolaas Zannekin door het Franse leger werd verslagen. De tol lijkt zwaar te zijn geweest voor Proven met 22 gesneuvelden.

Exacte cijfergegevens voor Proven vonden we pas op het einde van de vijftiende eeuw  bij de haardtelling van 1469 en er 94 haarden werden geteld.  Daarbij kunnen we schatten dat de totale bevolking dan om en bij de 400 personen bevatte waarvan er een 70-tal personen als fiscaal arm werden bestempeld en onderhouden dienden te worden door de dis.

Puur historisch gezien was er geen enkele heerlijkheid die voldoende overwicht had zodat de eigenaars zich heer van Proven zouden kunnen noemen. Het  zijn de eigenaars van het hof van Gistel die zich heren van Proven laten noemen met als eerste melding Gerard, heer van Ekelsbeke, Proven en La Motte (+1387) en hun nageslacht bleef zich heren van Proven noemen.

Vooral het laatste kwart van de 16de eeuw is gekenmerkt geweest als een van de woeligste periodes in de geschiedenis. De opkomst van ketterijen, de protestanten en beeldenstorm waren een gesel voor deze streek.  Inquisiteur Tielemans zat sinds 1559-1560 de ketters op de hielen vanuit Ieper. Ook in Proven werden personen opgepakt die als ketter te Veurne levend werden verbrand.

Een strenge winter in 1565 een van de strengste ooit veroorzaakte graancrisis en hongersnood. De bevolking stond ondanks de harde repressie open voor de Calvinistische preken ook in Proven werden dergelijke bijeenkomsten gehouden. Enkele Provenaars zijn mee opgetrokken met bekende geuzen en actief betrokken geweest bij de Beeldenstorm.

De crisis hield aan, de repressie van Alva deed velen wegvluchten van de streek. De plunderingen in 1582 veroorzaakten hier een haast volledige ontvolking van verschillende dorpen. De schepenen van Proven attesteerden in 1587 dat de parochie in 1581-1585 verlaten was en onbewoond door de oorlog en voorbijtrekkende legers.

Door het onbebouwd laten van cultuurland werd ook in Proven een deel op natuurlijke wijze weer herbebost. Er is geschat dat het Provense grondgebied tegen de 17de eeuw voor 44% uit bos bestond.

Er is een aanvraag voor belasting te heffen in 1606 op elke stoop wijn en ton bier verkocht te Proven dienende tot het herstel van de kerk. Men had zelfs het lood van de dakbedekking moeten verkopen om de kosten te dekken voor de huisvesting van voorbijtrekkende legers.

Dat vond zijn oorzaak in het feit dat er maar één brug was over de IJzer nl. te Roesbrugge en dat de heren hun omliggende parochies ‘bewald’ hadden, dus min of meer beveiligd tegen de soldaten.

Uit vele akten die er betrekking op hadden weten we dat de bosbouw belangrijk was in Proven gedurende 17de en 18de eeuw. Michiel Deswaen de Duinkerkse dichter (1654-1707) vermeldt in een van zijn gedichten de hoppeteelt van Poperinge en Proven.

De aanleg van de Groote Calchiede  in opdracht van Lodewijk XIV tussen Waasten en Duinkerke werd in 1684 afgewerkt via Proven naar de oversteek van de IJzer (in Roesbrugge) en Sint Winoksbergen. Zo kwam de eerste met kasseien belegde weg van Vlaanderen hier voorbij.

Deze betere bereikbaarheid met economische voordelen bracht echter ook mee dat veel troepenbewegingen de Provense bevolking bleven belagen met praktisch permanente plunderingen. 

couthofVan alle heerlijkheden op Provens grondgebied is ’t Couthof de bekendste.

’t Couthof was echter tot de Franse revolutie een aparte entiteit met eigen schepenbank en rechtspraak.

De heerlijkheid kwam in het bezit van de familie Mazeman nadat die in 1742 te koop werd gesteld. Er werd door Jacques  Franciscus de Sales Mazeman, griffier van Poperinge en zoon van de eerste koper, een kasteel gebouwd in 1763 waarbij het werd gebruikt als zomerverblijf.

Het kasteel is nu in het bezit van de familie d’Udekem d’Acoz. Wie het kasteel ook kent is prinses Mathilde. Het is het kasteel waar haar vader en haar oom Raoul en Henri opgroeiden.

Van de relatief vreedzame periode ten tijde van Maria Theresia in de tweede helft van de 18de eeuw getuigen de veel gebouwde mooie hoeven uit die periode.

De Canadawijk met de Canadabossen gelegen naast De Lovie op grondgebied Proven, Krombeke en Westvleteren zou ontstaan zijn op het einde van de 18eeeuw als schuilplaats van marginalen, boeven, leurders en deserteurs. Deze eerste bewoners, een soort zigeuners, 30 of 40 gezinnen, werden door de bevolking van de omliggende dorpen ’ Bod-Seyten’ genoemd. 

Eén van de belangrijke wapenfeiten uit de lokale geschiedenis is beslist de ‘Veldtocht van de Poperingse en Ieperse Patriotten tegen de bewoners van de Canada’ ( juli 1789) waarmee men een halt wilde toeroepen aan de vele dieverijen in de wijde omgeving. Het werd een kleurrijke vertoning met  veel machtsvertoon en men kon in de kortste keren een 30 a 40 arme bosbewoners gevangen nemen  die niet in het dichte kreupelhout gevlucht waren, zonder dat één schot moest gelost worden.

De overwinnaars waren zo ingenomen met hun vangst van ‘Bos-Seyten’ dat ze zegevierend met hun krijgsgevangenen een rondje maakten langs Krombeke en Proven die uren duurde, om daar te genieten van de gelukwensen en de verfrissingen die daar werden aangeboden. De gevangenen lieten het niet erg aan hun hart komen en er was een vrouw bij die zong en danste tot vermaak van de toegestroomde jeugd. Het blijkt dat er achteraf nogal fel gelachen werd met deze kleurrijke heldendaad.

 

Tijdens de Franse revolutie behoorde Proven tot het Leiedepartement. Een van de belangrijkste gebeurtenissen uit die periode was de brand op 23 mei 1802 die de kerk en 28 huizen vernielde. Bij de brand gingen ook heel wat archiefstukken over de gemeente verloren.

dorpszichtIn 1808 was de kerk grotendeels hersteld en werd de nieuwe klok ingehuldigd. De ‘vieringstoren’ heet in de volksmond de “Peperbus”. Voor de bouw van de westgevel en de onderbouw van het noordkoor is heel wat ijzerzandsteen gebruikt, afkomstig van de voormalige romaanse kerk. Het oudste beeld in de kerk is een Piëta van circa 1600. Een Christus op de koude steen dateert eveneens uit het begin van de zeventiende eeuw. Bij de jongste restauratie van de St. Victorskerk werden moderne gebrandschilderde ramen aangebracht.

In 1856 lieten Marie Josephine van Renynghe ( 1804-1875) en haar zoon Jules van Merris (1831-1890) het kasteel De Lovie bouwen. In 1929 kocht het provinciebestuur De Lovie en werd het een Sanatorium voor TBC-patiënten. Vanaf 1960 werd onder het initiatief van de broeders Van Dale hier een centrum uitgebouwd voor begeleiding van personen met mentale handicap. Momenteel is het een van de grootste werkgevers van de streek. 

In 1870 werd een nieuw gemeentehuis ingehuldigd, gebouwd op grond van Burgemeester Jules Mazeman de Couthove. Daar tegenover werd reeds in 1856 was een nieuw schoolgebouw voor de gemeenteschool en huis voor de schoolmeester in gebruik genomen. Het was gelegen nevens een voormalige eigendom van de familie Mazeman die reeds als ouderlingengesticht was in gebruik genomen.

De vrije Meisjesschool kreeg met de komst van de zusters van Moorslede nieuwe gebouwen nabij de kerk in 1893. Momenteel is dat de plaats waar de Provense jeugd nu school loopt na het sluiten van de gemeenteschool. Deze nieuwe gemeenteschool werd gebouwd juist voor de Tweede Wereldoorlog in vervanging van die school van 1856.

Tijdens de eerste wereldoorlog lag Proven in een vrijgebleven gebied en werd eerst door het Franse en nadien door het Engelse leger bezet. In de nabijheid van ’t Couthof werd een wasserij en militair hospitaal ingericht. Het burgerlijk Elisabethhospitaal uit Poperinge werd geëvacueerd en kreeg ook daar onderdak.

Achter de dorpskom kreeg een rangeerstation van de spoorweg verbinding in vijf verschillende richtingen: Duinkerke, Veurne , Poperinge en naar twee plaatsen aan het front. Er kwam over gans het Provense grondgebied een uitgebreid net van tram- of smalspoor naar voorraadopslagplaatsen van het Engelse leger.  Op de weg naar Roesbrugge had het Mendinghemhospitaal, waar vooral hoofdverwondingen werden behandeld, rechtstreekse verbinding met het front. Het daarbij gelegen Engelse kerkhof is daar nu nog getuige van.

Vanaf 1917 opereerden Engelse vliegtuigen vanaf het ProvenAirfield ten zuiden van de huidige Blekerijweg

Proven werd enkele keren beschoten en de kerk werd getroffen door een obus die het linkerkoor vernielde. Pas in 1922 werd de herstelling uitgevoerd.

 Na de oorlog bleven veel vluchtelingen hier achter en kenden we in Proven het hoogste bevolkingscijfer uit de laatste eeuwen (1920 1903 inwoners).

Van het einde van de 19de en beginjaren van de 20ste eeuw hebben we een beeld door de vele waardevolle documenten nagelaten door de Provense fotograaf René Matton.

In het interbellum  groeide de dorpskern uit door het bijbouwen van huizen en gebouwen langs de kant naar Roesbrugge. Er werden diverse ambachtelijke initiatieven genomen: brouwerijen, houthandel en steenbakkerij samen met de landbouwuitbatingen en hoppeteelt.

Bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog werd Proven getroffen door een bombardement op 29 mei 1940 waarbij 6 huizen werden vernield en een onbekend aantal soldaten alsmede 5 inwoners gedood werden.

Voor de rest van de oorlog bleef Proven gelukkig gespaard en kon pastoor Cosijn daarvoor na de oorlog in 1946 uit dankbaarheid een grot toegewijd aan O.L. Vrouw laten bouwen in de tuin van de pastorij.

schoolVanaf eind augustus 1944 werd hier door de Duitsers begonnen met het installeren van lanceerbasissen voor V1 waarvan één in de Canadabossen . Er werden hiervoor een 200-tal krijgsgevangenen ingezet ondergebracht in de Provense jongensschool. Men sprak van “Russische” gevangenen maar in feite een allegaartje van Sovjetrussen, Polen, Tjechoslovaken, Fransen Nederlanders en Duitsers (politieke gevangenen). 

Niettegenstaande de lanceerhelling al in Poperinge was aangekomen, is de afvuurinstallatie nooit operationeel geweest. De geplande lanceringen konden niet doorgaan door de snelle opmars van de geallieerden.

Na de oorlog werd Charles d’Udekem d’Acoz terug burgemeester en werd hij vanaf 1960 door zijn zoon Henri d’Udekem d’Acoz opgevolgd alsook bij de fusie met Krombeke in 1971 tot het einde van Proven als zelfstandige gemeente.

Na het overlijden van de barones Mathilde van Outryve d’Ydewalle weduwe van baron Raoul Mazeman de Couthove kon met een schenking een nieuw ouderlingengesticht gebouwd worden. Jammer genoeg kon dit na de fusie met Poperinge niet meer behouden blijven.

Diverse industriële initiatieven werden genomen. Prins Albert ( de huidige koning) kwam de industriezone inhuldigen in 1964 waar Provlas zich vestigde om groen ongeroot vlas te verwerken tot garen. Dit werd echter een flop. De steenbakkerij blies zijn laatste adem uit en Top Mouton maakte in 1969 een nieuwe productie-eenheid voor fabricage van meubelen en keukens op maat.

Eurofreez startte een verwerkingsbedrijf voor aardappelen in 1970 en is tot op heden nog volop aan uitbreiding toe.

De hoppeteelt lag aan basis van de verbroedering met Obterre ( 1972) waar Provenaars de Fransen leerden hoppe kweken.

Op het Wereld-hoppecongres in 1983 dat in Poperinge plaatsvond waren twee Provenaars  prominent aanwezig Roger Top als voorzitter van de Belgische hopplanters en Henri d’Udekem d’Acoz.

Aan de zelfstandigheid van Proven kwam een einde met de fusie met Poperinge eind 1976. Gelukkig konden praktisch alle elementen voor een volwaardige leefgemeenschap behouden blijven.

Het kreeg als deelgemeente het adjectief Proven Proactief dorp toebedeeld.

Snel Contact

Chris Verslype

Blekerijweg 22
8972 Poperinge Proven

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

057 30 03 88

Ontvang ons nieuws

Laat hier je e-mailadres na!

Dank voor uw inschrijving.

© Dorpsplatform Proven | Powered by LMD | Cooked & Spiced by Tasty Creations